Soorten onder de aandacht
Soort van de maand
Onder deze titel voerde De Koppel gedurende 2011 een natuurproject uit. Elke maand had vooral vroeger, maar ook nu nog, een speciale betekenis. Soms zelfs met eigen benamingen. In relatie daarmee werd er een plant of diersoort uitgelicht. Telkens over soorten (of sporen daarvan) die je kunt tegenkomen in de omgeving van Hardenberg. Deze soort van de maand is voorlopig de laatste van een jarenlange reeks. Bij De Koppel zal de soort van de maand blijven bestaan, maar in een andere vorm. Dat geldt ook voor de publiciteit. Deze laatste maand is de aandacht gericht op de toendrarietgans.
December is de twaalfde en laatste maand van het jaar volgens onze Gregoriaanse kalender. Op de Oud-Romeinse kalender was het de tiende maand (‘decem’ betekent ‘tien’) Andere benamingen zijn o.a. midwintermaand, Kerstmismaand en wolfsmaand. In de tijd dat er nog wolven waren, trokken die bij grote koude, sneeuw en ijs tot dicht bij de woningen en zag je ze dus vaker.
De toendrarietgans is bruingrijs en varieert in lengte van 70 tot 90 cm.. Afhankelijk van de grootte en conditie wegen ze 1,7 tot 4 kg. De bovenzijde is donkerbruin met een smal wit randje aan de vleugeldekveren. Hun donkerbruine kop valt extra op door de lichtere hals. Ze hebben een zwarte snavel met een oranje streep of ring. De poten en tenen zijn fel oranje. Hun roep klinkt ongeveer als ‘ajàk’.
Sinds een aantal jaren wordt de toendrarietgans als aparte soort beschouwd, naast de taigarietgans, waarop hij veel lijkt. Vroeger werden ze samen rietgans genoemd.
De toendrarietgans broedt op de toendra’s (boomloze steppes) in het noorden van Rusland en overwintert vooral in Hongarije, Servië, Montenegro, Oostenrijk, Duitsland en Nederland. Sta er eens bij stil, dat deze dieren duizenden kilometers vliegen om de winter elders door te brengen. Slapen doen ze in groepen op grote plassen en ze zoeken voedsel op akkers en graslanden. Bij de Vloeivelden van De Krim en omgeving is er tot en met februari een goede kans ze te zien. In samenwerking met ‘De Vrienden van de Vloeivelden’ zijn daar vogelkijkschermen en een vogeluitkijktoren geplaatst.
Tekst: Jos Kloppenburg
(Staatsbosbeheer, boswachter Vechtdal)



