Dit jaar staan de soorten in het teken van de kraaiachtigen. In mei is de kijker gericht op de zwarte kraai.

Binnen het jaarthema “Kraaienpootjes” kijken we dit jaar naar kraaiachtigen en vergelijkbare termen met verwijzingen naar vogels. Dan kan de zwarte kraai natuurlijk niet ontbreken. Met kraaienpootjes worden de rimpels/plooien naast de ogen bedoeld wanneer men lacht en die hebben de vorm van een kraaienpoot. Deze kraaienpootjes worden weleens als storend ervaren en daarmee kan de term kraaienpootjes ook een negatieve kijk creĆ«ren op de vogelsoort zwarte kraai en andere kraaiachtige vogels als kauw, raaf en roek. Deze kraaiachtigen hebben al vaak een negatief beeld bij het bredere publiek doordat ze soms zorgen voor (geluids)overlast in broed- en slaapplekken en in verhalen, films, etc. worden ze ook dikwijls gebruikt om negatieve zaken als dood en verderf uit te beelden.

Maar hoewel de zwarte kraai wat saai zwart over kan komen, zijn het toch zeer interessante vogels om eens wat langer te bekijken. Kraaiachtigen zijn zeer slimme vogels en de vindingrijkheid zorgt ervoor dat ook zwarte kraaien vrij gemakkelijk aan hun voedsel kunnen komen. Ze leven graag in halfopen landschappen, maar eigenlijk altijd wel redelijk dicht in de buurt van mensen. Of ze nu op omgeploegde akkers zoeken naar voedsel of juist gebruik maken van afval wat we als mens achterlaten, ze zijn niet kieskeurig over welk voedsel er beschikbaar is. In het boerenland neemt de zwarte kraai al jaren steeds iets verder af, maar in de steden nemen ze juist wat toe. In de steeds intensievere landbouw wordt het de zwarte kraaien moeilijker gemaakt om jaarrond nog aan voldoende voedsel te komen. Daarnaast heeft de zwarte kraai in de stad weinig last van soorten als havik. Hoewel de zang van de zwarte kraai niet de meest bijzondere is, hoort de zwarte kraai bij de zangvogels.

Zwarte kraai-paartjes blijven hun hele leven bij elkaar, maar trekken daarnaast graag in grotere groepen op. Vaak zitten daar ook andere kraaiachtigen tussen zoals kauw en roek. De kauw is kleiner en heeft een grijzige kop en een blauw oog. De roek is ongeveer even groot als de zwarte kraai, maar heeft een grijs begin van de snavel en een stijl voorhoofd. Ze leren van elkaar waar voedsel te vinden is en samen hebben ze meer ogen om eventuele gevaren in de gaten te houden. Van kraaien is zelfs bekend dat ze gereedschap (bijvoorbeeld een stokje) kunnen gebruiken om bij hun voedsel te komen of dat ze noten laten vallen op de weg, zodat ze overreden worden door auto’s en de inhoud daarna opgegeten kan worden. Als je in het vervolg een groep kraaien ziet, neem dan iets langer de tijd om te zien hoe ze communiceren en problemen oplossen.


Tekst: Jari Kampjes
Foto: Ron Goosselink