Dit jaar staan de soorten in het teken van ‘Bijzonder (en) klein’. In november is de kijker gericht op de Rolpissebed.

De Rolpissebed

Daar waar veel zoogdieren een soort knuffelreactie oproepen in mensen (“Wat schattig!” en “Die wil ik aaien!”), krijgen geleedpotigen vaak een andere ontvangst. Onder deze groep vallen bijvoorbeeld de insecten en spinnen. Terwijl deze soorten zowel divers in uiterlijk als leefwijze zijn, en dus reusachtig interessant.

Een van die kleine wezens die zich geleedpotig mag noemen en daarnaast ook nog een kreeftachtige, is de Rolpissebed Armadillidium vulgare. Overigens is de Rolpissebed niet verwant aan het Gordeldier, die in het Engels ‘Armadillo’ wordt genoemd. Deze overeenkomst in naamgeving verwijst daarom vooral naar de manier waarop ze zich tegen vijanden verweren. Zowel de Rolpissebed als het Gordeldier kunnen zich oprollen tot een balletje, waarbij al hun zachte delen aan de binnenkant beschermd worden door hun harde pantser aan de buitenkant. Een groot verschil in uiterlijk is dan weer het aantal poten. Daar waar het Gordeldier er maar vier heeft, is de Rolpissebed gezegend met maar liefst 7 paar (14 poten in totaal dus). Dat aantal poten past dan weer bij de rest van de leden binnen de groep kreeftachtigen.

Naast hun eigenlijk bijzonder ingenieuze uiterlijk, zijn Rolpissebedden ook nog eens heel nuttig. Het zijn afbrekers (daar komen de slopertjes, met hamers en mokertjes), gelukkig vooral van plantaardig en rottend materiaal, maar ook van zware metalen in de bodem. Oftewel ondanks het misschien wat onaantrekkelijk aantal poten, meer dan vier is al snel te veel, zijn Rolpissebedden en pissebedden in het algemeen een onmisbaar onderdeel van een gezond functionerend ecosysteem.

Tekst: Sylvia de Vries
Foto: Ron Goosselink